Waarom medewerkers geen initiatief nemen

BLOG

Waarom medewerkers geen initiatief nemen en wat je als leidinggevende misschien zelf in stand houdt

Soms nemen medewerkers te weinig initiatief. Soms hebben we hen gewoon heel goed geleerd om te wachten.

“Ze moeten echt wat meer zelf nadenken.”

Het is een verzuchting die veel leidinggevenden herkennen. Een medewerker komt met een probleem, een beslissing blijft liggen, iemand vraagt voor de derde keer wat jij denkt dat de beste aanpak is. En dus antwoord je. Want jij weet het, vaak sneller ook. Probleem opgelost. Alleen: misschien heb je tegelijk het volgende probleem al klaargezet.

 

De behulpzame leidinggevende

Stel. Een medewerker komt binnen en zegt: “Ik weet niet goed hoe ik dit moet aanpakken.”

Jij: “Wat denk jij?”

Medewerker: “Misschien zou ik…”

Jij: “Weet je wat ik zou doen?”

Game over. Twintig seconden nadenken blijkt voldoende om toegang te krijgen tot het echte antwoord.

Je bedoelt het waarschijnlijk goed. Je wilt helpen, tijd winnen, kwaliteit bewaken. Misschien staat er een klant te wachten of hangt er veel van de beslissing af. Maar je leert ondertussen ook iets: als jij lang genoeg wacht, komt het antwoord vanzelf van boven.

Dat mechanisme is verraderlijk omdat het op korte termijn efficiënt voelt. Jij lost het sneller op, de medewerker kan verder, iedereen blij. Tot jij op een dag zegt: “Ik moet hier ook altijd alles zelf bedenken.”

 

Afhankelijkheid is vaak een gezamenlijke productie

Leidinggevenden maken hun team zelden bewust afhankelijk. Ze doen het in kleine bewegingen: sneller antwoorden dan nodig, een beslissing “even overnemen”, een tekst herschrijven die eigenlijk goed genoeg was, bij twijfel toch maar zelf met de klant bellen of alle moeilijke gesprekken zelf voeren omdat dat sneller en properder gaat.

Elk apart moment lijkt logisch. Maar opgeteld ontstaat er een patroon:

  • de medewerker leert wachten;
  • de leidinggevende ziet dat er gewacht wordt;
  • de leidinggevende grijpt sneller in;
  • de medewerker wacht nog iets eerder.

Na een tijdje hebben beide partijen uitstekend bewijs voor hun overtuiging.

De medewerker: “Mijn leidinggevende wil uiteindelijk toch zelf beslissen.”

De leidinggevende: “Zie je wel. Ze nemen geen initiatief.”

Iedereen heeft gelijk. En precies daarom blijft het patroon bestaan.

 

De corrector is minstens even krachtig als de redder

Afhankelijkheid ontstaat niet alleen doordat je het werk overneemt. Ze ontstaat ook wanneer je mensen wel laat beslissen, maar iedere keuze achteraf door je eigen voorkeur haalt.

Een medewerker stuurt een mail: “Goed hoor, maar ik zou de opening anders formuleren.”

Iemand organiseert een overleg: “Prima, maar ik zou Finance eerst gezet hebben.”

Een collega maakt een presentatie: “Sterk. Alleen dat lettertype…”

Niets daarvan is dramatisch. En precies daarom merk je het effect zo moeilijk. Na honderd kleine correcties leert iemand niet noodzakelijk: “ik word beter”. Soms leert die vooral: “Er bestaat blijkbaar een juiste versie, en die zit in het hoofd van mijn leidinggevende.” Dus de volgende keer vraag je eerst maar even. Zelf beslissen wordt dan minder aantrekkelijk dan toestemming vragen.

 

En dan komt het mondeling examen

Een manager zegt: “Je hoeft mij hier niet voor alles bij te betrekken. Ik vertrouw op jouw oordeel.” De medewerker beslist zelfstandig.

“Aha. Interessant. En waarom heb je het precies zo aangepakt?”

Tien minuten later: “Ik zou het zelf anders gedaan hebben.”

Nog tien minuten later: “Maar goed, volgende keer mag je gerust opnieuw zelf beslissen.”

De boodschap die blijft hangen: zelf beslissen = daarna mondeling examen. Dat hoeft zelfs niet streng bedoeld te zijn. De leidinggevende kan oprecht nieuwsgierig zijn. Maar als elke autonome beslissing gevolgd wordt door uitgebreid verantwoorden, vergelijken en corrigeren, gaat iemand vanzelf risico vermijden.

 

Meer coachen lost dit niet automatisch op

Dan komt vaak de oplossing: “Ik moet meer coachend leidinggeven.” Dat kan helpen. Maar ook coachen kan een trucje worden. Als je vragen stelt terwijl je eigenlijk al weet welk antwoord je wilt horen, voelt de ander dat meestal sneller dan jij denkt.

“Wat denk jij zelf?”

“Optie B.”

“Interessant. Nog andere mogelijkheden?”

“Optie C?”

“En nog iets?”

“…Optie A?”

“Ja. Mooi. Daar zat ik ook aan te denken.”

Dat is geen coaching. Dat is een quiz waarvan jij de antwoordenkaart vasthoudt. Meer eigenaarschap vraagt dus niet alleen dat je minder antwoorden geeft. Het vraagt ook dat je bereid bent om een antwoord te krijgen dat niet het jouwe is.

 

Eigenaarschap kost controle

Daar zit meestal de echte moeilijkheid. Als iemand verantwoordelijkheid krijgt, krijg jij minder controle over hoe die verantwoordelijkheid wordt ingevuld. Die persoon kan het anders aanpakken, misschien trager, misschien minder elegant, misschien met een oplossing die jij zelf nooit gekozen zou hebben. En soms gaat er iets fout.

Daar wordt zichtbaar of autonomie echt was, of alleen gold zolang alles liep zoals jij hoopte. Wie eigenaarschap wil, moet dus niet alleen leren loslaten. Die moet ook leren verdragen.

 

Maar je hoeft niet alles los te laten

Ook hier kunnen we doorschieten. Een medewerker die iets nog niet kan, heeft niet per se “meer ruimte” nodig. Soms heeft die juist richting, oefening, feedback of een duidelijke beslissing nodig.

Daarom is de vraag niet: “Hoe kan ik zo weinig mogelijk doen?” Wel: “Wat heeft deze situatie nu van mij nodig — en welk deel moet ik bewust níét overnemen?”

Dat kan betekenen dat je vandaag kadert en morgen ruimte geeft. Dat je eerst iets voordoet en het daarna teruglegt. Dat je een duidelijke grens stelt en binnen die grens veel vrijheid laat. Of dat je iemand aanspreekt in plaats van opnieuw te helpen.

Sterk leiderschap is niet zo weinig mogelijk sturen. Het is niet méér doen dan nodig, en ook niet minder.

 

Vier vragen voor je weer antwoordt

Wanneer iemand met een probleem bij je komt, kun je eerst vier eenvoudige vragen gebruiken:

  • Wat heb je al geprobeerd?
  • Wat denk jij dat nodig is?
  • Welke beslissing ligt binnen jouw ruimte?
  • Wat heb je concreet van mij nodig?

Dat zijn geen magische coachvragen. Ze doen vooral één ding: ze houden de verantwoordelijkheid nog even waar ze hoort. Soms blijkt daarna dat de medewerker perfect verder kan. Soms blijkt dat er echt iets ontbreekt: informatie, mandaat, competentie of richting. En soms blijkt dat de persoon vooral hoopte dat jij het zou overnemen. Ook nuttige informatie.

 

Kijk ook naar de 4 Eigenaarschapsvragen

Als medewerkers structureel weinig initiatief nemen, is het te gemakkelijk om alleen naar je eigen leiderschap te kijken. Gebruik daarom ook de vier Eigenaarschapsvragen:

  • Is het duidelijk?
  • Kan die het?
  • Durft die het?
  • Wil die het?

Misschien heb jij te veel overgenomen. Misschien heeft iemand nooit helder mandaat gekregen. Misschien is initiatief in het team sociaal riskant. En soms is alles helder en neemt iemand zijn verantwoordelijkheid gewoon niet op.

Het doel is niet om de schuld van medewerker naar leidinggevende te verschuiven. Het doel is om preciezer te zien wat het patroon in stand houdt.

 

Eén klein experiment

Kies deze week één terugkerende vraag die normaal bij jou belandt en antwoord niet meteen. Niet uit principe of om moeilijk te doen, maar om eerst te onderzoeken of jij werkelijk nodig bent.

Vraag wat de ander al ziet, wat die zelf kan beslissen en wat die concreet van jou nodig heeft. Misschien duurt het gesprek drie minuten langer. Maar als jij daardoor niet ook de komende drie jaar alle antwoorden hoeft te geven, is dat waarschijnlijk een redelijke investering.

 
 

Onderzoeken waar eigenaarschap vastloopt

Duik dieper in eigenaarschap met onze gratis gids 'Eigenaarschap dat werkt'.
Ik wil de gids!